Er zijn woorden die je beter niet vertaalt. Sprezzatura is er zo één.
Achteloze elegantie komt in de buurt. Moeiteloze stijl ook. Maar zodra je het zo opschrijft, klinkt het alweer alsof iemand er een moodboard voor heeft gemaakt.
Sprezzatura is Italiaans. Natuurlijk is het Italiaans.
Het is de man in Milaan die eruitziet alsof hij toevallig een perfect jasje heeft aangetrokken, terwijl vermoedelijk drie generaties kleermakers zich met de schouderlijn hebben bemoeid. Het is de vrouw in Rome met een zonnebril, een witte blouse en haar dat precies goed zit zonder ooit de indruk te wekken dat er een föhn aan te pas is gekomen. Het is een oude Alfa Romeo met een deukje in het spatbord die aantrekkelijker is dan een volledig gepoetste SUV van twee ton.
Het woord duikt al op in de renaissance. Baldassare Castiglione beschrijft in Il Cortegiano de ideale hoveling als iemand die moeilijke dingen uitvoert alsof ze vanzelf gaan. Geen zichtbare inspanning. Geen bewijsdrang. Geen “kijk mij eens”.
Dat laatste is de kern.
In Italië kan iemand een espresso bestellen, hem in drie slokken opdrinken en verdwijnen voordat wij Nederlanders onze havercappuccino met kaneel hebben gefotografeerd. Een ober kan op een vol terras tien tafels tegelijk bedienen en toch de indruk wekken dat hij eigenlijk niets te doen heeft. Een oudere heer kan in 34 graden een pak dragen zonder eruit te zien alsof hij onderweg is naar een bestuursvergadering.
Wij zouden dat wellicht inefficiënt noemen.
Zij noemen het vermoedelijk gewoon dinsdag.
Sprezzatura gaat ook over luxe. Of liever: over het verschil tussen luxe en laten zien dat iets luxe is.
Dat verschil lijkt de laatste jaren steeds groter te worden. Auto’s krijgen enorme grilles, horloges worden zo groot dat je er een kleine pizza op kunt serveren en kledingmerken zetten hun naam bij voorkeur zo groot mogelijk op de borst. Sommige restaurants hebben tegenwoordig zoveel marmer, fluweel en messing dat je bijna vergeet dat er ook nog iets gegeten moet worden.
Het hedendaagse probleem van luxe is dat het voortdurend wil bewijzen dat het luxe is.
Sprezzatura heeft daar absoluut geen behoefte aan.
Een Ferrari uit de jaren zestig hoefde niet te schreeuwen dat hij snel was. Je zag het. Een Loro Piana-trui heeft geen logo ter grootte van een verkeersbord nodig. Een goede trattoria hoeft geen “culinary experience” te beloven. Als er zes dingen op het menu staan en de eigenaar weigert er eentje voor je aan te passen, zit je meestal goed.
Juist daarom vind ik sprezzatura daarom zo aantrekkelijk.
Het is stijl zonder verkleedpartij. En het gaat uiteindelijk helemaal niet over Italië, kleding of auto’s. Het gaat over beheersing. Een goede pianist speelt een moeilijke passage alsof hij toevallig langs de toetsen strijkt. Een goede kok zet drie ingrediënten op een bord en weet precies waarom het er geen vier zijn. Een goede schrijver haalt een zin weg in plaats van er nog eentje bij te zetten.
Dat soort eenvoud is zelden eenvoudig. Achter sprezzatura zit oefening, aandacht en vaak een bijna obsessieve voorbereiding. Het kunststuk bestaat eruit dat je die inspanning vervolgens niet aan anderen opdringt.
Is dat niet de mooiste vorm van zelfvertrouwen? Niet vertellen hoeveel je weet. Niet uitleggen hoe duur iets was. Niet melden hoeveel uur je eraan hebt gewerkt. Gewoon zorgen dat het klopt.
En dan, vlak voordat je de deur uitgaat, één knoopje losmaken…
Foto header via iStock, credits: BrasilNut1

